Parodiemissen & motetten uit de archieven van Alamire
Parodiemissen & motetten uit de archieven van Alamire (Leuven)

zaterdag 11 februari | 15.00 uur | Stadskerk St. Cathrien, Begijnenhof 2, Eindhoven

Het Ariosto Ensemble heeft zich bekwaamd in het zingen van muziek uit de Renaissance. Al enige malen heeft het ensemble gebruik gemaakt van en gezongen uit de oorspronkelijke bronnen. De wijze van musiceren  is geheel terug te brengen tot de oorsprong: het zingen uit één koorboek, staand rond een standaard.

Petrus Alamire moet geboren zijn rond 1470 in Neurenberg (Duitsland) als Petrus Imhoff. De datum van zijn verhuizing naar de Lage Landen is niet exact bekend; wel is bekend dat hij in 1496 aangetroffen wordt in de ledenlijst van de “Illustre Vrouwen Broederschap” te ’s-Hertogenbosch.
Hij noemt zich dan Alamire: A – la – mi – re, de noten a – a’ in het toenmalige hexacord notensysteem.
In ’s-Hertogenbosch laat hij al zien welk een geniaal copiist hij was, en een neus te hebben voor de beste muziek van zijn tijdgenoten. Drie jaar later creeërde hij een koorboek voor de confraters van de Gezegende Maagd in Antwerpen. In deze periode huwde hij Katelijne van der Meeren, een Antwerpse. Ook startte hij in Antwerpen zijn later bij veel vorsten, waaronder Filips de Schone en Keizer Karel V, beroemde atelier waar hij muziekboeken maakte. Daarnaast was hij zanger, musicus, componist, spion en handelaar.
Hij heeft ons 73 fraai bewerkte koorboeken nagelaten die momenteel verspreid zijn over heel Europa. Drie hiervan bevinden zich in
’s-Hertogenbosch. In de boeken (totaal 17.000 pagina’s) vindt men de meest fraaie composities (missen, motetten en wereldlijke muziek) van zijn tijdgenoten zoals van Johannes Ockeghem, Josquin Desprez, Adriaan Willaert en Heinrich Isaac.

Gekozen is voor een vijftal in die periode populaire Nederlandstalige chansons. Deze chansons waren voor een aantal componisten de basis van hun composities: de zogenoemde parodiemis. Het Ariosto Ensemble zingt het Kyrië uit de missa “Een vrolic wesen” (Heinrich Isaac), het Gloria uit de missa “Mijn hert altijt heeft verlanghen” (Matthieu Gascogne), het Credo uit de missa  “T’meiskin was jonck” (Heinrich Isaac), het Sanctus uit de missa “Tandernaken” (Pierre de la Rue) en het Agnus Dei uit de missa “In mijnen sin” (Alexander Agricola).

Uitvoering door het Ariosto Ensemble in Antwerpen

 

Het Ariosto Enemble o.l.v. Renée Kartodirdjo
Het Ariosto Enemble o.l.v. Renée Kartodirdjo

Het Ariosto Ensemble maakt gebruik van deze bronnen en komt hiermee aan een boeiend programma, bestaande uit vijf wereldlijke liederen op oud- Nederlands (Dietse) teksten, waarvan de melodieën de basis vormen van de misdelen die worden uitgevoerd. (De zogenaamde parodiemissen).
Deze liederen worden tevens begeleid door een instrumentaal ensemble, gespecialiseerd in de 16e eeuwse muziek.

Voor zover mogelijk wordt terug gegrepen naar facsimile’s van de oorspronkelijke notatie en de ons bekende uitvoeringspraktijk. Dit betekent dat de zangers in een kleine groep staan opgesteld rond een koorboek. Hierin staan alle partijen apart genoteerd, zonder maatstrepen en andere ‘moderne’ houvasten. De zangers zijn dus veel meer dan bij het zingen van een partituur aangewezen op hun gehoor en zullen elkaar via vocale signalen moeten laten horen wat ze doen. De compacte opstelling helpt hierbij: elke zanger hoort alle partijen dichtbij om zich heen en kan daardoor snel en gemakkelijk reageren op hetgeen zijn collega’s doen.

De interactie is dus veel groter dan in een gewoon koor waar de zangers toch in eerste instantie zijn gericht op de signalen van de dirigent. Een en ander komt de uitvoering en daarmee de zeggingskracht van deze muziek zeer ten goede, hetgeen niet verwonderlijk is als we ons realiseren dat ze ook specifiek voor deze manier van uitvoeren gecomponeerd is.