Bevrijdingsconcert t.g.v. 75 jaar bevrijding van Eindhoven
1944 - 18 september - 2019

zaterdag 21 september | 15.00 uur | Stadskerk St. Cathrien, Begijnenhof 2, Eindhoven
Bevrijding Eindhoven 1944 - Stratumseind

Voor de 75e herdenking van de bevrijding van Eindhoven in september 2019 heeft Collegium Musicum Eindhoven aan de in Eindhoven woonachtige componist Arjan van Baest opdracht gegeven een ‘Te Deum’ te componeren: een hymne uit de roomskatholieke liturgie, vaak gezongen bij plechtige dankdiensten.

Het ‘Eindhoven Te Deum’ wordt een uiting van dankbaarheid voor het feit dat wij al 75 jaar in vrijheid leven, vrij van oorlog en onderdrukking, in een democratische rechtsstaat. Dat betekent niet dat we ons daarin zelfgenoegzaam mogen wentelen.

Recente nationale en internationale politieke ontwikkelingen maken duidelijk hoe relatief het begrip ‘vrijheid’ is. Het ‘Eindhoven Te Deum’ adresseert deze ambivalentie: parallel aan de Latijnse tekst van het ‘Te Deum’ wordt het gedicht ‘Liberté’ gezongen, een gedicht dat Paul Éluard (1895-1952) schreef in 1942 ten tijde van de Franse bezetting door Duitsland.

De compositie is geschreven voor solisten, koor, een grote groep koperblazers, slagwerk en orgel en beleeft in de Catharinakerk haar wereldpremière.

Toelichting

Op 18 september 1944 bevrijdden de geallieerde legers Eindhoven. Een dag later was het nog steeds feest. De inwoners van Eindhoven stonden langs de straten om hun bevrijders in te halen. Maar ’s avonds verschenen er Duitse vliegtuigen boven de stad. Zij bombardeerden de doorgangsroutes van het Engelse leger. Overal ontstonden grote branden. Er vielen in totaal 227 doden. Sinds 1945 wordt jaarlijks de bevrijding van Eindhoven herdacht. Vanaf de 60e herdenking ligt het accent daarbij op bezinning over de waarde van vrijheid en democratie voor onze samenleving.

Het bevrijdingsconcert begint met enkele composities van Arvo Pärt (1935). Pärt groeide op in Estland dat van 1941 tot 1991 een republiek was van de Sovjet-Unie. Het feit dat Pärt zich in de jaren ‘60 bezighield met het componeren van seriële muziek leidde tot een berisping van officiële zijde, maar dat weerhield hem er niet van om daarmee verder te gaan. Van 1968 tot 1976 componeerde Pärt nog maar weinig. In die periode bestudeerde hij oude muziek en gregoriaans. Pärt ontwikkelde in die tijd een geheel nieuwe stijl, die hij ‘tintinnabuli’ noemde. Het eerste werk dat hij in die nieuwe stijl schreef was het korte pianowerk Für Alina (1976).

Alle stukken van Pärt die vandaag worden uitgevoerd, zijn geschreven in deze zo karakteristieke ‘Pärt-stijl’. In deze stijl is er altijd een stem die een melodie laat horen die zich trapsgewijs voortbeweegt. Die wordt gecombineerd met een andere stem die enkel de drie tonen speelt van een akkoord.

In ‘Arbos’ (1977), geschreven voor koperblazers en slagwerk, gebruikt Pärt deze tintinnabulli-techniek als verbeelding van de structuur van een boom (takken, stam en wortels). De verschillende stemmen zijn gegroepeerd in drie verschillende lagen die zich over elkaar heen bewegen in drie verschillende snelheden.

‘Pari intervallo’ is geschreven in 1976 voor vier blaasinstrumenten, maar is later bewerkt voor orgel. Het is een ‘in memoriam’ voor een overleden vriend van de componist.

‘An den Wassern’ is het meest bekend in de versie voor stemmen en orgel. De titel verwijst naar Psalm 137 (‘Aan Babels rivieren, daar zaten wij neer, ja weenden, als wij dachten aan Sion’), een klaagzang gezongen door een volk in ballingschap. De tekst bestaat enkel uit de klinkers van het Kyrie, de bede om ontferming die gezongen wordt aan het begin van de mis.

‘De profundis’ is een zetting van Psalm 130 (‘Uit de diepten heb ik u, Ene, geroepen’) voor mannenkoor, orgel en slagwerk.

Direct na de bevrijding van Nederland in 1945 verscheen het gedicht ‘Het carillon’ van Ida Gerhardt (1905-1997). Gerhardt schreef dit gedicht al in 1941, maar tijdens de oorlog publiceerde zij niet. Het gedicht schetst een beeld van armoede en grauwheid in de stad. Dan begint het carillon te spelen: ‘O Heer, die daar des hemels tente spreidt’, een melodie van Valerius uit 1585, geschreven tijdens de Spaanse bezetting. Gerhardt citeert uit het lied: ‘Wij slaan het oog tot U omhoog’. De klanken van de beiaard verenigt de mensen die zwijgend langs de huizen staan te luisteren en die treuren om wat hen werd afgenomen. In 2006 zette Maurice Pirenne (1928-2008) dit gedicht op muziek voor de bezetting van koor, orgel en beiaard.

Voor de 75e herdenking van de bevrijding van Eindhoven in september 2019 heeft Collegium Musicum Eindhoven aan de in Eindhoven woonachtige componist Arjan van Baest (1969) opdracht gegeven een ‘Te Deum’ te componeren. Het ‘Te Deum’ is een hymne uit de katholieke liturgie. Deze hymne wordt vaak gezongen bij plechtige dankdiensten, in het verleden vaak ook gekoppeld aan politieke en militaire overwinningen. In zijn masteronderzoek naar de muziekpraktijk in de Catharinakerk laat Ruud Huijbregts zien dat ook in Eindhoven zo’n Te Deum-traditie bestond.

Het ‘Eindhoven Te Deum’ is een uiting van dankbaarheid voor het feit dat wij al 75 jaar in vrijheid leven, vrij van oorlog en onderdrukking, in een democratische rechtsstaat.

Recente nationale en internationale politieke ontwikkelingen maken duidelijk hoe relatief die vrijheid is. Wat is vrijheid als we onze grenzen het liefst hermetisch afsluiten voor mensen die op de vlucht zijn omdat ze hun leven niet zeker zijn? Wat is vrijheid als steeds meer mensen de druk die we elkaar als samenleving opleggen niet meer aankunnen? Wat is vrijheid als we onze ogen sluiten voor de aantasting van milieu en klimaat?

Het ‘Eindhoven Te Deum’ adresseert deze ambivalentie: parallel aan delen van de Latijnse tekst van het ‘Te Deum’ klinken twee gedichten van Ankie Peypers die zij schreef voor het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Deze gedichten zijn een directe oproep aan ons om de vrijheid levend te houden en haar niet voor lief te nemen. ‘Eindhoven Te Deum’ is geschreven voor sopraansolo, koor, orgel, koperblazers, slagwerk en beiaard.

Arjan van Baest
Arjan van Baest

Arjan van Baest (Tilburg, 1969) werkt als componist, dirigent en pianist/organist in kerk, concertzaal en theater.

Arjan is dirigent/artistiek leider van de Dominicuskerk in Amsterdam, Appassionata Consort, Cantiqua Concert (Tilburg) en CoMA-ensemble voor nieuwe muziek (Eindhoven). Hij is pianist van Dorine van der Klei. Met zanger Jelle Leistra vormt hij het duo ‘Leistra en Van Baest’, dat zich vooral toelegt op het liedrepertoire van Harry Bannink. Met componist/pianist Evert van Merode vormt Arjan het artistieke hart van Stichting Muziek Nu. Daarnaast is hij voorzitter van de Hanns Eislerstichting Nederland.

Arjan maakt deel uit van de programmacommissie van ‘Muziek in de Cathrien’ (Eindhoven) en hij is onderzoeksbegeleider aan de Master of Music (Fontys Conservatorium).

Verschillende composities van Arjan zijn opgenomen op cd: koorwerken op ‘Pro Luce’ (2013), kleinkunstliedjes op ‘Lezen in bed’ (2017), liturgische muziek op ‘Licht en liefde’ (2018) en kamermuziek op ‘Dromen op muziek’ (2018).

Voor het theater schreef Arjan de muziek bij ‘Lodewijk Napoleon in Brabant’, ‘Mingo’, ‘Een wintervertelling’, ‘Muze van mijn hart’ en ‘Pleisketier, de musical’. Daarnaast arrangeerde hij voor Theaterchor Niederrhein verschillende popsongs voor theaterorkest, en in opdracht van ‘1000 Stemmen zingen Huub Oosterhuis’ bewerkte hij enkele liturgische liederen van Antoine Oomen en Bernard Huijbers voor groot orkest.

Arjan woont sinds 2017 in Eindhoven.