Franck Integrale IV (Trois Chorals)
Voorafgaand een lezing door Hans Strootman (om 14.00 uur)

zaterdag 26 november | 15.00 uur | Stadskerk St. Cathrien, Begijnenhof 2, Eindhoven
Verschuerenorgel Catharinakerk Eindhoven

Dit jaar vieren we de 200ste geboortedag van César Franck (1822-1890). Door Muziek in de Cathrien is er dit voorjaar al eerder aandacht gegeven aan zijn muziek. Vandaag voegen we hier nog een concert aan toe van stadsorganist Ruud Huijbregts met de Trois Chorals.

Lezing van Hans Strootman
Lezing van Hans Strootman

Voorafgaand aan dit concert kunt u om 14.00 uur genieten van een lezing door Hans Strootman met als onderwerp: “Franck, in en buiten de tijd”. Vrijwel alle lezingen van Hans zijn terug te luisteren op de website www.hansstrootmanlezingen.nl.


César-Auguste Franck werd op 10 december 1822 in Luik geboren. Reeds op 8-jarige leeftijd werd hij door zijn vader ingeschreven aan het conservatorium in Luik, waar hij in 1834 de eerste prijs kreeg in de vakken solfège en piano. In 1835 verhuisde het gezin Franck naar Parijs en na in 1837 de Franse nationaliteit te hebben gekregen studeerde de 15-jarige César een aantal jaren aan het Parijse conservatorium. o.a. piano, contrapunt, orgel en compositie. Na een kort verblijf in België keerde het gezin terug naar Parijs en begon César met het geven van privélessen. In 1872 volgde hij zijn leraar François Benoist op als professor voor orgel aan het conservatorium, een positie die hij tot aan zijn dood in 1890 zou behouden.

Kerkmusicus

Zijn ervaring als kerkmusicus begon Franck in 1847 met de aanstelling als organiste accompagnateur (koororganist) in de Nôtre-Dame-de-Lorette. Na nog enkele jaren organist te zijn geweest aan de kerk Saint-Jean Saint- François werd hij in 1857 benoemd tot maître de capelle van de nieuwe kerk van Sainte Clotilde. Nadat in 1859 het door Cavaillé-Coll gebouwde orgel klaar was, werd Franck titulair organist.

Hier vond Franck zijn ware bestemming, en dit orgel inspireerde hem tot zijn grootse orgelcomposities. De synthese tussen instrument en componist vormde de basis van de Frans-romantische orgelschool, die vele generaties richting zou blijven geven.

Nadat het orgel als instrument eind 18e eeuw in Frankrijk wat in een isolement was geraakt, wist de Zuidfrans-Spaanse orgelbouwer Cavaillé Coll dit te doorbreken door het orgel te oriënteren naar de klank van het orkest van die tijd. Het 19e eeuwse orkest met al zijn dynamische mogelijkheden gold als inspiratie voor een geheel nieuw orgeltype dat dit klankideaal kon overnemen. Zo ontlokte het nieuwe orgel dat Cavaillé-Coll bouwde voor de  kerk Saint-Jean Saint- François, waar Franck op dat moment organist was zijn beroemde uitspraak: “Mon orgue, c’est mon orchestre”. Een orkestraal orgel dus, maar nergens een karikatuur, maar een zelfstandig hoogwaardig muziekinstrument.

De twaalf grote orgelwerken van César Franck: de Six Pièces, gepubliceerd in 1868, de Trois Pièces (1878) en de Trois Chorals (1890) behoren inmiddels tot de canon van de absolute meesterwerken van de Franse orgelschool. Deze twaalf orgelwerken worden tijdens vier orgelconcerten in 2022 integraal uitgevoerd door de stadsorganist op het grote Verschueren-orgel van onze stadskerk St. Cathrien. Hoewel dit orgel dus geen instrument is van Cavaillé-Coll, bezit het toch genoeg symfonische mogelijkheden om deze werken in hun volle glorie te laten klinken.

De Trois Chorals ontstonden tijdens de zomervakantie van 1890 binnen de tijd van drie weken. Deze laatste van Franck’s grote orgelwerken vormen als het ware zijn muzikale testament. “Eer ik zal sterven, zal ik evenals Bach koralen schrijven, maar dan op een andere basis” zou Franck meermaals aan zijn vrienden hebben toevertrouwd.

In de late 19e eeuw stond de muziek van Bach in steeds grotere belangstelling, en de invloed daarvan is dan ook in veel composities merkbaar. De koralen van Franck zijn echter van geheel andere opzet. Het zijn in feite groots opgezette orgelfantasieën, waarbinnen het koraal zich manifesteert als één van de thematische gegevens.

In het Premier Choral horen we pas na een uitgebreide zes-delige inleiding het eigenlijke koraal in zachte registratie (Voix humaine en tremulant). Hierna volgt een cantilene met de trompet en hobo van het Récit, afwisselend gespeeld door rechter- en linkerhand, en weer afgesloten door het koraal op de Voix humaine. Na een intermezzo Maestoso met fortissimo-registratie komen alle thema’s elkaar tegen in de fantasie, met de eigen karakteristieke beweging tegenover de koraalmelodie, via diverse toonsoorten en lyrische passages afgewisseld met opzwepende ritmen, uitmondend in het koraal magistraal klinkend in E-groot, met de koraalmelodie canonisch beantwoord in het pedaal.

Het Deuxième Choral kunnen we zien als een hommage aan Johann Sebastian Bach. Het heeft de vorm van een passacaglia en fuga. Na een aantal variaties op het passacaglia-thema, toewerkend naar het tutti van het orgel, volgen de drie koraalzinnen weer in zachtere tinten, onderbroken door een divertimento in snellere 16-den beweging. De 3e koraalzin wordt gespeeld op de karakteristieke registratie van Voix humaine en tremulant.

Na een fortissimo gespeeld Largamente con fantasia begint het fugatisch gedeelte met het passacaglia-thema. Na het fugato volgt de eerste koraalzin eerst in es-klein en direct daarna in fis-klein. Na een opbouw met het contrasubject uit het fugato en hieraan verwante motieven uit de divertimenti van het eerste deel volgt de tweede koraalzin. Hierna worden passacaglia-thema en contrasubject gespeeld met het volle orgel, waarna de laatste koraalzin klinkt in een pianissimo afsluitend B-groot, met wederom de Voix humaine en tremulant.

Het begin van het Troisième Choral doet denken aan het Praeludium in a klein BWV 543 van J.S.Bach. Na dit wervelende rhapsodische begin klinkt het koraal nu duidelijk en direct als geheel. Het middendeel (Adagio) begint met een prachtige melodie, gespeeld met de trompet en hobo van het Récit, en begeleid door grondstemmen van het positief. Hierna klinkt het koraal in hoge ligging, maar nu steeds onderbroken door flarden van de adagio-melodie. Het geheel bouwt op naar een climax met het volle orgel, waarna de beweging van het begin terugkeert. Hierdoorheen duiken nu flarden van het koraal op. Uiteindelijk triomfeert het koraal op het volle orgel met een majestueuze afsluiting.


Ruud Huijbregts
Ruud Huijbregts

Organist, klavecinist en dirigent Ruud Huijbregts studeerde aan het Brabants Conservatorium te Tilburg orgel bij Hub. Houët en Bram Beekman, klavecimbel bij Gerard Dekker en koordirectie bij Jan Boogaarts en Cees Rotteveel.

Als organist/klavecinist en dirigent concerteerde hij in diverse Europese landen en werkte hij mee aan vele radio-, TV- en CD-opnamen.

Sinds 1991 is hij dirigent/organist aan de St. Catharinakerk te Eindhoven, waar hij sinds 2011 ook stadsorganist is. Daarnaast is Ruud Huijbregts dirigent van Collegium Vocale Eindhoven en als artistiek leider leider mede-verantwoordelijk voor de programmering van de serie Muziek in de Cathrien te Eindhoven.

Sinds 2015 is hij docent orgel en theorievakken aan de Academy of Music and Performing Arts (AMPA, Fontys Hogeschool voor de Kunsten) in Tilburg.


Attentie: Voor dit concert werken we samen met Ticket Kantoor. Hiermee kunt u de noodzakelijke registratie en betaling voor dit concert vooraf regelen zodat u zonder extra wachten het concert kunt bezoeken.

Koop uw kaartje met Ticket Kantoor