Lassus: Boetepsalmen
Collegium Vocale Eindhoven o.l.v. Ruud Huijbregts

zaterdag 07 maart | 15.00 uur | Stadskerk St. Cathrien, Begijnenhof 2, Eindhoven
Orlando di Lasso (Lassus)

met om 14.25 uur: beiaardbespeling door Rosemarie Seuntiëns.

De boetepsalmen zijn een selectie van Psalmen uit het boek Psalmen, een van de boeken in het Oude Testament die een onderdeel vormden van de middeleeuwse getijdenboeken.

De denkwereld van de modale middeleeuwer werd beheerst door angst voor de eeuwige straf die hij zou oplopen voor zijn begane zonden of omwille van de erfzonde in het algemeen. Boete en boetedoening stonden dus centraal in de religieuze praktijk. Slechts door het tonen van berouw en via de biecht kon men de redding van zijn ziel bewerken.

Het dagelijks reciteren van de zeven boetepsalmen (de psalmen 6, 31, 37, 50, 101, 129 en 142 in overeenstemming met de Vulgaat[1]) was een belangrijk middel om boete te doen. Men nam aan dat koning David deze zeven psalmen had geschreven voor zijn eigen boetedoening waardoor ze werden opgenomen in het dagelijks koorgebed. Vanuit het brevier werden ze overgenomen naar het getijdenboek.

De traditie van het reciteren van de boetepsalmen is vrij oud, ze worden onder die naam al vermeld in de patristische periode. Possidius schrijft in de biografie van zijn vriend Augustinus (354-430) dat die enkele boetepsalmen liet overschrijven en aan zijn bed ophangen tijdens een ernstige ziekte. Ook Cassiodorus (460-580) vermeldde de boetepsalmen in zijn Expositio Psalmorum, hoewel hij geen lijst gaf van welke psalmen nu precies ‘boetepsalmen’ waren.

De boetepsalmen werden gelezen bij de ziekenzalving en tijdens de stervensbegeleiding en de uitvaart. Men kon ze ook reciteren op bijzondere kerkelijke feestdagen zoals Aswoensdag. Men las de boetepsalmen uiteraard ook om zijn eigen zonden te bekennen en zijn berouw te tonen. Hoe belangrijk boete en berouw waren kan men afleiden uit het feit dat de boetepsalmen in nagenoeg elk getijdenboek waren opgenomen.

In veel getijdenboeken werden de boetepsalmen ingeleid door een miniatuur van een tot God biddende David, maar vanaf het laatste kwart van de vijftiende eeuw werd het populair om de badende Bathseba af te beelden. De badende Bathseba die door David was bespied lag immers aan de basis van Davids schuld, namelijk de moord op haar echtgenoot, de legeroverste Uria. In vroegere getijdenboeken werden de boetepsalmen dikwijls ingeleid met een miniatuur die het Laatste Oordeel voorstelde.

Collegium Vocale Eindhoven o.l.v. Ruud Huijbregts
Collegium Vocale Eindhoven o.l.v. Ruud Huijbregts

Orlando di Lasso (1532-1594) schreef onder meer 53 vier- tot achtstemmige missen, 1250 twee- tot twaalfstemmige motetten, requiems, madrigalen, chansons en koorliederen.

In het voorwoord van zijn bundel Duitse liederen somt Lassus zijn oeuvre van wereldlijke liederen op: Franse chansons, Italiaanse madrigalen, Duitse en Nederlandse liederen. Die laatste zijn echter verloren gegaan.[1]

Orlando di Lasso was het grootste deel van zijn muzikale loopbaan actief in München aan het hof van de Beierse hertogen. Bij hem vindt men alle facetten van het polyfone componeren van de Renaissance Nederlandse School (te begrijpen als componisten van de Lage Landen) en van de Venetianen terug. Zijn werken verklanken vooral bewogenheid en gevoeligheid.

Veel van zijn werken werden gedrukt en zijn in diverse uitgaven bewaard gebleven. De Bayerische Staatsbibliothek te München bewaart handschriften en oude drukken van Di Lasso’s composities. Enkele van zijn bekendste composities zijn de Psalmi Davidis Poenitentiales (7 psalmen), de Lamentationes Hieremiae Prophetae (naar het Bijbelboek Klaagliederen), madrigalen op teksten uit de Canzoniere van Francesco Petrarca, en zijn zwanenzang, de Lagrime di San Pietro. Dirigent Philippe Herreweghe heeft veel werk van Di Lasso gedirigeerd.