Requiem van Maurice Duruflé (Dodenherdenking)
door Collegium Vocale Eindhoven o.l.v. Ruud Huijbregts

zaterdag 04 mei | 15.00 uur | Stadskerk St. Cathrien, Begijnenhof 2, Eindhoven

met om 14:25 beiaardbespeling door stadsbeiaardier Rosemarie Seuntiëns

La Danse des Morts van Arthur Honegger dateert uit 1938. De aanschouwing van de beroemde Dodendans-houtsneden van Hans Holbein de Jongere inspireerde Claudel tot de tekst van La Danse des Morts. Arthur Honegger noemde de samenwerking met Claudel een van de grootste vreugden van zijn leven. Hij getuigt letterlijk: “Met de tekst was de gehele muzikale sfeer al geschapen, de partituur stond eigenlijk reeds vast en de componist had deze slechts te verwezenlijken in zijn klankmaterie.”
De eerste uitvoering van La Danse des Morts vond plaats in 1940, te Bazel. De Tweede Wereldoorlog was toen reeds uitgebroken. Dichter en componist besloten toen dat geen uitvoering meer mocht plaatsvinden zolang de oorlog zou voortduren. De tweede uitvoering geschiedde in 1946 te Parijs.

Maurice Duruflé werd op 10-jarige leeftijd leerling aan de zangersschool van de kathedraal van Rouen. Hij studeerde er ook piano, orgel en muziektheorie. In 1919 verhuisde hij naar Parijs waar hij orgel ging studeren bij Charles Tournemire. Het Parijse conservatorium bezocht hij vanaf 1920. Hij studeerde er bij onder meer Paul Dukas en Louis Vierne. Tussen 1922 en 1928 won hij vele prijzen, onder andere voor orgel, compositie, harmonieleer en fuga. In 1930 werd hij benoemd tot organist aan de Saint-Étienne-du-Mont in Parijs, vlak bij het Panthéon, waar hij tot 1975 in dienst zou blijven. In 1943 werd Duruflé professor voor harmonieleer aan het conservatorium van Parijs.
Zijn oeuvre bestaat uit werken voor orgel, koor, orkest en uit kamermuziek. Zijn composities worden gekenmerkt door orde, helderheid en duidelijke vormgeving, en getuigen van grote bewogenheid en veel poëzie. Maurice Duruflé zocht naar het ‘bovenaardse’ en hij droeg dit over in zijn lessen en in zijn muziek.
Het Requiem van Duruflé uit 1947 is een bewerking van een suite, orgelstukken die de componist baseerde op gregoriaans gezang uit de dodenmis. Hoewel het werk eenzelfde rust en optimisme ademt als het Requiem van Fauré waarmee het zijn populariteit gemeen heeft, is Duruflé’s muziektaal stevig in de twintigste eeuw verankerd.
Dit Requiem bestaat in drie versies; in de eerste wordt gebruik gemaakt van een volledig orkest terwijl de laatste versie, die vandaag uitgevoerd wordt, het met alleen cello en orgel stelt. De orgelpartij is daarbij bijzonder veeleisend. Immers, alle nuances uit de orkestversie worden door één organist vertolkt. De versie uit 1961 is voor begeleiding door kamerorkest.


14:25 beiaardbespeling door stadsbeiaardier Rosemarie Seuntiëns

Stabat Mater Dolorosa – Giovanni Battista Pergolesi (1710-1736):

  • Stabat Mater Dolorosa
  • Cujus animam gementem
  • O quam tristis et afflicta
  • Quae moerebat et dolebat
  • Quis est homo qui non fleret
  • Eja Mater fons amoris
  • Sancta Mater istud agas
  • Fac ut portem Christi mortem
  • Inflammatus et accensus  (Arrangement : Arie Abbenes)