Willem van Twillert
Amersfoort

zaterdag 22 oktober | 15.00 uur | Stadskerk St. Cathrien, Begijnenhof 2, Eindhoven
Willem van Twillert (Amersfoort)

In 1713 was Bach als componist op de toppen van zijn kunnen. In het – door A. Isoir knap bewerkte – cantate-deel geeft Bach de alt een onaards fraaie melodie, alles is hemels prachtig. Die melodie wordt gespeeld met de linkerhand op één van de tongwerken van het Catharina-orgel.

De Fuga in g-klein is één van de beroemdste fuga’s van Bach. Het werk ontstond in zijn Arnstadtse periode (1703-1707). In de virtuoze divertimenti tussen de inzetten van het fuga-thema in, herkennen we de stijl van een A. Corelli.
De bewerking van A Chloris (R. Hahn) staat op deze plek in het programma, omdat Hahn het harmonische fundament van Bach’s Air uit zijn 2e Suite gebruikt. De melodie en de sfeer zijn evenwel totaal anders. De melodie waarmee Hahn zijn lied opent komt telkens terug op het moment dat de melodie van het lied klinkt, een meesterlijke vondst. Het middendeeltje is eenvoudig en tweestemmig. Hahn zong zijn liederen vaak zelf, er bestaan nog opnames van. Dit werk zorgt in dit programma voor een mooie overgang van de Barok naar de hoogromantiek.

Dvořák maakte mee dat hij al tijdens zijn leven beroemd werd. Tussen 1892 en 1895 woonde hij in New York waar hij directeur was van het conservatorium. Met zijn Symphonie ‘De nieuwe wereld’ en met het ‘Amerikaanse kwartet’ (één van zijn 13 kwartetten, met het beroemde langzame deel dat vandaag gespeeld wordt) heeft Dvořák enorme invloed gehad op het Amerikaans componeren. Waarom is dit Lento zo beroemd? De eerste melodie is bijzonder eenvoudig; Dvořák gebruikt slechts drie akkoorden voor de begeleiding. Zou dit komen omdat hij deze melodie de sfeer geeft van een Negro spiritual? En dan de originele begeleiding…Die hoort men de eerste twee maten. Er zit een ritme in dat je kunt horen als je in de trein zit. En Dvořák zat veel in de trein en was gek op treinen… Als organist was ik onder de indruk van deze begeleiding en maakte ik deze bewerking voor orgel. Die ritmisch pulserende begeleiding blijft het hele stuk aanwezig, ook bij het tweede thema, dat totaal anders is. Wijds (als het Amerikaanse landschap?) en met een canonische tweede stem. Ook nu weer een qua harmonie eenvoudige begeleiding, die fraai en effectief en technisch overigens niet eenvoudig de melodie begeleidt. Is het de schijnbare eenvoud van dit deel dat het zo beroemd heeft gemaakt?

De Final uit de 1e Symphonie (1898/99) kwam gereed in het jaar dat Vierne trouwde met Berthe Arlette Taskin. In maart 1900 werd hun zoon Jacques geboren. Vierne maakte de gelukkigste periode in zijn leven mee. Ook in 1900 volgde de benoeming tot organist van de Notre Dame te Parijs. In 1937 werden de orgelrecitals in de Notre Dame afgeschaft. Tijdens het allerlaatste concert overleed Vierne; zijn voet bleef steken op de toon E van het pedaal… Het schijnt dat Vierne in die tijd drie pakjes per dag rookte, kalmerings- en slaaptabletten slikte en ether snoof. Zijn leven kende veel tegenslagen, scheiding, tyfus enz.. Zoon Jacques sneuvelde in 1917 en broer René in 1918 tijdens WOI. Oog-operaties en toch een prachtig oeuvre componeren… In zijn 1e Symphonie klinkt optimisme door, waar deze Final dan het jubelende slot van is. Een meesterwerk! De Final opent met de begeleiding en dan stormt de gemakkelijk in het gehoor liggende melodie, gespeeld op het pedaal, de kathedraal in en snelt de Final met volgehouden vaart naar het einde. Er is een tweede melodie als contrast in twee secties. Dan komt weer het hoofdthema, nu in mineur. De vorm is meesterlijk. Vervolgens verschijnt het thema in de toonsoort Es, daarna begeleid met triolen-figuren. Het werk is opgedragen aan zijn orgelleraar A. Guilmant en werd voor het eerst gespeeld door Ch.M.Widor wiens assistent Vierne was nadat Widor Franck in 1890 had opgevolgd. Franck had Vierne geadviseerd orgel te gaan studeren en gaf hem nog privé harmonisatie-les. Maakt dat het werk van Vierne ook in harmonisch opzicht zo origineel?

Toccata lucide is recent ontstaan als een oefening in minimal music. Dat is het uiteindelijk niet geworden, meer een compositie met diverse sound-bits in een natuurlijke stijl, want ik ben niet zo’n voorstander van doorlopend gebruik van dissonanten. Het kan ook zonder een vloed aan dissonanten een modern werk opleveren. Modern en naturel zijn wel ambities in deze toccata. Ik laat me nu net zo verrassen hoe het klinkt op dit monumentale orgel in de Cathrien als de concertbezoekers.

Spiegel im Spiegel verwijst naar het effect dat ontstaat als je kijkt in twee tegenover elkaar opgestelde spiegels. De melodie bestaat uit stijgende en dalende frases die telkens weer eindigen op de toon A. Dit is het oneindig effect van de spiegels. De melodie geeft de indruk van een figuur die voor de spiegel (de toon A) heen en weer loopt. De begeleiding, een drieklank-motief (Tintinnabuli), heeft een min of meer vaste afstand tot de melodie en zweeft voortdurend in kwartnoten boven de melodie. Het werk werd populair door het emotionele effect en de ingenieuze vorm. Het werk is in diverse instrumentaties bekend, deze orgelbewerking was er nog niet.

Jacques-Louis Battmann, een Franse organist en componist, was rond 1840 organist in Belfort, later in Vesoul en Dijon, waar hij ook stierf. Hij publiceerde 456 werken, voornamelijk orgel- en pianomuziek. Zijn oeuvre is onbekend gebleven. De Hongaarse in Zwitserland werkende organist en vriend, Miklós Árpás, gaf mij zijn bewerking van deze Marche, die t.z.t. in druk zal verschijnen. Het middendeel valt op omdat de melodie in twee delen is opgesplitst die ook op twee aparte klavieren wordt uitgevoerd.

Vierne voerde zijn Carillon de Westminster voor het eerst uit in de Notre Dame op 29 november 1929 en het was meteen een succes. Henri Doyen, een leerling van Vierne, schreef over de première dat ‘Iedereen […] rustig wachtte tot het einde, en een aantal mensen gaven een kleine ovatie voor de maître toen hij van de tribune naar beneden kwam.’ Het klokkenspel van de Westminster te Londen speelt sinds 1858 elk kwartier vier noten in de toonsoort E-majeur, van boven naar beneden klinkt G#, F#, E en B in verschillende patronen. Vierne’s vriend Henry Willis neuriede op verzoek van de bijna volledig blinde Vierne het deuntje aan hem voor. Op sommige punten in zijn Carillon gebruikt Vierne de ‘Westminster’-versie en soms past hij deze vier tonen aan. Het is ware kunst om over een melodie die uit slechts vier tonen bestaat zo grensverleggend te kunnen componeren in een zo persoonlijke en originele stijl.

Lanquetuit kreeg zijn eerste orgellessen van Albert Dupré en later van diens zoon Marcel Dupré. Eerst was hij organist in Rouen van de Saint-Godard. Daarna de rest van zijn leven organist van het fameuze Cavaillé-Coll-orgel te Rouen. Zijn Toccata toont gelijkenis met de Final van Vierne, maar Lanquetuit hanteert naast het hoofdthema – ook gespeeld op het pedaal – slechts een enigszins contrasterend thema. De uitdrukking van dit werk ligt met name in de harmonie. De akkoorden worden verdeeld over beide handen gespeeld, twee zestienden in de linkerhand, gevolgd door ’t zelfde in de rechterhand en dat wordt min of meer volgehouden tot het einde.

Willem van Twillert


Willem van Twillert (organist in Amersfoort)

Willem van Twillert studeerde vanaf 1970 aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam bij Piet Kee (orgel, improvisatie en compositie), Willem Brons (tweede hoofdvak piano), Robert Heppener (muziektheorie), Mevrouw Belinfante (compositie, analyse, harmonie en contrapunt) en Jan Pasveer (koordirectie). Vanaf 1975 volgde hij ook drie jaar hoofdvak orkestdirectie bij Anton Kersjes. In 1976 behaalde hij het praktijkdiploma Kerkmuziek en in 1978 het diploma Uitvoerend musicus cum laude met de aantekening voor improvisatie bij de acte muziekonderwijs-B voor orgel. Een beurs stelde hem van 1978 tot 1981 in de gelegenheid zich te specialiseren in oude muziek bij Gustav Leonhardt (orgel), Anneke Uittenbosch (clavecimbel) en Klaas Bolt (stijlimprovisatie). In 1976 was hij de eerste (en tot nu toe enige) Nederlandse finalist van het Franse concours Grand Prix de Chartres.

In 2019 werd het veertigjarig dienstverband als professioneel kerkmusicus van de Johanneskerk te Amersfoort gevierd. Van Twillert ontwikkelde zich tot een gevraagde gast op orgelconcertpodia. Zijn CD- en DVD-opnamen zijn geliefd geworden mede door een opvallende repertoirekeuze (ruimte voor ook onbekende maar attractieve composities) en door zijn Youtube-kanaal.

Behalve orgeldocent aan de Stedelijke Muziekschool te Zwolle (1981-1988) was hij van 1976 tot 2003 directeur/ eigenaar van een particuliere muziekschool te Bunschoten. Van 1986 tot 2006 was Willem ook één van de redacteuren voor het maandblad ‘De Orgelvriend’. Voor Muziekuitgeverij Willemsen verzorgde hij de serie Organisten uit de 18e en 19e eeuw. Composities van Van Twillert verschijnen vanaf 1983 regelmatig in druk, bv bij de Duitse uitgeverij Butz.


Attentie: Voor dit concert werken we samen met Ticket Kantoor. Hiermee kunt u de noodzakelijke registratie en betaling voor dit concert vooraf regelen zodat u zonder extra wachten het concert kunt bezoeken.

Koop uw kaartje met Ticket Kantoor