De muzikale post van Ruud Huijbregts

Franse orgelmuziek uit de 19e eeuw en later

Camille Saint-Saëns (1835-1921)

Marcel Dupré (1886-1971)

Jeanne Demessieux (1921-1968)

Soms horen we van bezoekers van onze concerten, dat er misschien wel erg vaak een accent ligt op Franse orgelmuziek uit de 19e eeuw en later. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het grote Verschueren-orgel in onze Catharinakerk. Gastorganisten denken bij het zien van de mogelijkheden van dit instrument al gauw aan de prachtige muziek die de Franse orgeltraditie heeft voortgebracht. En inderdaad leent dit instrument zich heel goed voor dit repertoire.

Dit jaar herdenken we enkele ‘kanjers’ uit deze traditie, te weten Camille Saint-Saëns, Marcel Dupré en Jeanne Demessieux, alle drie organisten en componisten van formaat.

Saint-Saëns

Wie kent niet de Dance Macabre en het Carnaval des Animaux van Camille Saint-Saëns? Maar deze fascinerende persoonlijkheid was ook nog een uitzonderlijk getalenteerd pianist en organist. Als 11-jarige verbijsterde hij het publiek bij één van zijn eerste publieke optredens met de mogelijkheid om te kiezen welke van de 32 pianosonates van Beethoven hij zou spelen. Naast muziek was hij ook geïnteresseerd in andere zaken: natuurwetenschappen, geologie, archeologie, botanie en astronomie. Op zijn 13e werd hij als student aangenomen op het conservatorium van Parijs.

Van de vele geliefde werken van Saint-Saëns noemen we graag de geweldige 3e Symfonie, voor orgel en orkest. Ik had het voorrecht om dit werk enkele malen te mogen uitvoeren in Muziekgebouw Eindhoven en het Concertgebouw te Amsterdam met, toen nog, Het Brabants Orkest o.l.v. Marc Soustrot.

Ook schreef Saint-Saëns enkele interessante, maar veel minder bekende koorwerken waaronder zijn Messe opus 4, Oratorio de Noël, en diverse kleinere stukken.

Een grote verrassing was zijn Requiem opus 54. Dit werk voor koor, solisten en orkest mocht ik in een eigen bewerking voor orgel uitvoeren samen met het Nederlands Concertkoor o.l.v. Louis Buskens t.g.v. de nationale dodenherdenking op 4 mei 2018.

Requiem opus 54, Saint-Saëns

Dupré

Er zijn maar weinig organisten die zo’n enorm stempel hebben gedrukt op de Franse orgelcultuur als Marcel Dupré. In zijn orgelschool (Méthode d’orgue, 1927) legt hij uit dat zijn orgelspel via de zonen van J.S.Bach, daarna enkele Bach-leerlingen, vervolgens via Hesse, Lemmens en zijn leerlingen Guilmant en Widor, rechtstreeks teruggaat op de oude meester.

Deze ‘afstamming’ is natuurlijk discutabel, maar feit is dat er wel een duidelijke lijn in de Franse orgel-scholen zit, vanuit de Frans-romantische traditie.

Dupré volgde zijn leermeester Widor op als organist van de St.Sulpice in Parijs, waar hij ook les gaf aan het conservatorium. Onder zijn vele leerlingen vinden we o.a. Jean Langlais, Olivier Messiaen, Gaston Litaize, Jehan Alain, Marie-Claire Alain, Pierre Cochereau en in 1954 als laatste Jean Guillou.

Voor Dupré vormde een solide pianotechniek de basis van het orgelspel. Hij was zelf een buitengewoon virtuoos organist en pianist. Zijn kijk op het instrument orgel is met name ook beïnvloed door zijn kennismaking met de grote orgels tijdens zijn concertreizen naar de Verenigde Staten.

In zijn orgelschool zien we dat Dupré vooral de nadruk legt op het dogmatisch naleven van bepaalde regels in zijn eigen systematiek, wat soms ten koste gaat van een zekere subjectieve spontaniteit, welke ook zijn charme kan hebben.

Ook het vak improvisatie behandelde Dupré zeer systematisch, en nam bij zijn orgellessen een zeer grote plaats in naast literatuurspel.

Dupré verzorgde uitgaven van de complete orgelwerken van  Bach, Handel, Mozart, Liszt, Mendelssohn, Schumann, César Franck, en Alexander Glazunov, uiteraard met annotaties volgens zijn eigen systematiek. Deze uitgaven waren voor vele organisten in de eerste helft van de 20e eeuw leidend bij hun interpretaties.

Legendarisch was de uitvoering van het complete orgeloeuvre van J.S.Bach uit het hoofd in 1920, waarmee hij definitief zijn naam als concertorganist van het allerhoogste niveau vestigde.

Van de vele prachtige orgelwerken van Dupré herinner ik me nog de uitvoering van de indrukwekkende Chemin de la Croix door Maurice Pirenne, met declamatie door Miene van Erven en ook de adembenemende uitvoering door Bram Beekman in de Cathrien van zijn 2e Symfonie. Via deze link een opname van Bram Beekman met dit werk, gespeeld op het orgel van de Nieuwe Kerk te Middelburg.

Bram Beekman 2e Symphonie

Op 5 mei 2018 voerden een aantal studenten het Poème héroïque voor orgel, blazers en slagwerk van Dupré uit in de Catharinakerk.

Poème héroïque

Demessieux

Eén van de meest legendarische leerlingen van Dupré was Jeanne Demessieux.

Evenals Saint-Saëns en Dupré begon ze haar muzikale carrière als wonderkind. Reeds op 7-jarige leeftijd studeerde ze aan het conservatorium van Montpellier, waar ze 4 jaar later haar studie voltooide. Haar werd aangeraden om naar Parijs te gaan, en zo verhuisde de hele familie met haar mee naar Parijs. Vanaf 1936 was Marcel Dupré haar leraar. Geleidelijk aan ontstond er een zeer hechte band tussen leraar en leerling. Toen ze in de jaren ‘40 van de vorige eeuw afstudeerde waren er weinig gelegenheden om te concerteren, maar na een serie concerten in 1946 begonnen de aanvragen binnen te stromen. Een internationale carrière lag in het verschiet. Iedereen verwachtte dat Jeanne Demessieux haar leermeester zou opvolgen aan zowel de St.Sulpice als het conservatorium. Echter nadat Dupré terugkeerde na zijn Amerikaanse tournee in 1947 was er een onverklaarbare afstand ontstaan tussen de twee. En omdat Dupré oppermachtig was in de Parijse orgelwereld, waren de kansen voor Demessieux aldaar vrijwel verkeken. Desondanks concerteerde ze vanaf die tijd volop in heel Frankrijk, maar ook in de rest van Europa, en zelfs maakte ze driemaal een tournee naar Amerika. Sinds 1949 heeft ze ook regelmatig in Nederland gespeeld. Zo zou Demessieux in 1953 in de Eindhovense Catharinakerk een benefietconcert geven, waarvan de opbrengst ten goede zou komen aan de gedupeerden van de Zeeuwse watersnoodramp. Echter voor dit concert gaf de kerkelijke overheid, zonder opgaaf van reden, geen toestemming, tot groot ongenoegen van de toenmalige organist Hub. Houët.

In 1962 werd ze benoemd als organist van de Madeleine in Parijs, en later volgde haar benoeming als professor aan het conservatorium in Luik.

Op 11 november 1968 overleed Jeanne Demessieux op 47-jarige leeftijd, ze was ernstig ziek en ook het vele concerteren en lesgeven.had zijn tol geëist.

Gelukkig zijn er nog een aantal opnamen van haar spel bewaard gebleven, waaronder de complete orgelwerken van Franck, opgenomen op haar eigen orgel in de Madeleine.

Hier is een link naar het Prière van César Franck.

Demessieux – Franck: Prière

Ook als componist was Demessieux zee productief. Hier is een link naar het orgelkoraal “O Filii et filiæ’, gespeeld door Marc Schippers op het orgel van de Eindhovense Catharinakerk.

Marc Schippers: Demessieux: O Filii et filiæ

En hier, gespeeld door Tommy van Doorn tijdens zijn eindexamen orgel in de Catharinakerk de extreem virtuoze etude ‘Octaves’.

Tommy van Doorn – Demessieux: Octaves

Het is mooi dat in het 100ste herdenkingsjaar van haar geboorte nu volop aandacht is voor Jeanne Demessieux, en we ons door middel van haar composities en opnamen een beeld kunnen vormen van haar ongeëvenaarde talent.

Informatie over deze drie componisten komt ook ruimschoots aan bod tijdens enkele van de zeer informatieve lezingen door Hans Strootman, zie //www.hansstrootmanlezingen.nl/.

 

Ruud Huijbregts