ONLINE // Bach Cantate – Ein feste Burg ist unser Gott (BWV 80)
Registratie van de Bach Dag repetities op 26 oktober 2020

zaterdag 31 oktober | 0.00 uur | Online, gratis te beluisteren, steunt u ons?

De opnames van de Bach Cantate “Ein feste Burg ist unser Gott (BWV 80)” zijn gemaakt tijdens de repetitie op 26 oktober 2020 in de St. Catharina-kerk in Eindhoven. Het concert is uitgevoerd op 31 oktober tijdens de Bach-dag in de Cathrien. De koordelen (1, 5 en 8) zijn vanwege corona uitgevoerd door de solisten.

Om alle delen te bekijken, open de video in YouTube 

Voor dit concert hoeft u géén toegangskaartje te kopen. Stichting Collegium Musicum Eindhoven betaalt de musicus vanzelfsprekend het gebruikelijke honorarium. Dankzij de zeer gewaardeerde giften van onze trouwe donateurs en vrienden, een bescheiden overheidssubsidie en onze reserves, zijn we daartoe in staat.

Maar we zouden heel blij zijn als u uw waardering voor dit concert zou willen uitdrukken door het overmaken van een ‘concertbijdrage’:

Collegium Musicum Eindhoven
NL32 INGB 0006494758
Vermeld ‘BACH BWV80’

tekst en vertaling   (Ria van Hengel)

1 Coro Koor [S, A, T, B]
Ein feste Burg ist unser Gott,
Ein gute Wehr und Waffen;
Er hilft uns frei aus aller Not,
Die uns itzt hat betroffen.
Der alte böse Feind,
Mit Ernst er’s jetzt meint,
Groß Macht und viel List
Sein grausam Rüstung ist,
Auf Erd ist nicht seinsgleichen.
Een vaste burcht is onze God, een goed wapen voor onze verdediging;
hij helpt ons uit alle nood
die ons nu heeft getroffen.
De oude boze vijand gaat nu serieus aan de gang, veel macht en listigheid
vormen zijn wapenrusting,
op aarde is niets met hem te vergelijken.
2 Aria B e Choral S Aria [Bas] en Koraal [Sopraan]
Bass:
Alles, was von Gott geboren,
Ist zum Siegen auserkoren.
Bas:
Iedereen uit God geboren
is voor zege uitverkoren.
Sopran:
Mit unsrer Macht ist nichts getan,
Wir sind gar bald verloren.Es streit’ vor uns der rechte Mann,
Den Gott selbst hat erkoren.
Sopraan:
Onze macht stelt niets voor,
wij zijn heel snel verloren.Voor ons vecht de juiste man
die God zelf heeft uitverkoren.
Bass:
Wer bei Christi Blutpanier
In der Taufe Treu geschworen,
Siegt im Geiste für und für.
Bas:
Wie bij Christus’ bloedbanier
trouw heeft gezworen in de doop,
die overwint voortdurend.
Sopran:
Fragst du, wer er ist?
Er heißt Jesus Christ,
Der Herre Zebaoth,
Und ist kein andrer Gott,
Das Feld muss er behalten.
Sopraan:
Vraag je wie dat is?
Hij heet Jezus Christus,
de Heer Zebaoth,
er is geen andere God,
hij zal de strijd winnen.
Bass:
Alles, was von Gott geboren,
Ist zum Siegen auserkoren.
Bas:
Iedereen uit God geboren
is voor de zege uitverkoren.
3 Recitativo B Recitatief [Bas]
Erwäge doch,
Kind Gottes, die so große Liebe,
Da Jesus sich
Mit seinem Blute dir verschriebe,
Wormit er dich
Zum Kriege wider Satans Heer
und wider Welt und Sünde
Geworben hat!
Gib nicht in deiner Seele
Dem Satan und den Lastern statt!
Laß nicht dein Herz,
Den Himmel Gottes auf der Erden,
Zur Wüste werden!
Bereue deine Schuld mit Schmerz,
Daß Christi Geist mit dir sich fest verbinde!
Overweeg toch,
kind van God, die grote liefde
van Jezus die zich
aan jou heeft gewijd met Zijn bloed,
waarmee hij jou
voor de strijd tegen het leger van satan en tegen wereld en zonde
heeft geworven!
Geef in je ziel geen plaats
aan satan en aan zonden!
Laat je hart,
die hemel van God op aarde,
geen woestijn worden!
Heb met smart berouw over je schuld,
opdat de geest van Christus zich hecht met jou verbindt!
4 Aria S Aria [Sopraan]
Komm in mein Herzenshaus,
Herr Jesu, mein Verlangen!
Treib Welt und Satan aus
Und lass dein Bild in mir erneuert prangen!
Weg, schnöder Sündengraus!
Kom in het huis van mijn hart,
Heer Jezus, mijn verlangen!
Verjaag wereld en satan
en laat Uw beeld opnieuw in mij stralen!
weg, ellendige zondengruwel!
5 Choral Koraal [S, A, T, B]
Und wenn die Welt voll Teufel wär
Und wollten uns verschlingen,
So fürchten wir uns nicht so sehr,
Es soll uns doch gelingen.
Der Fürst dieser Welt,
Wie saur er sich stellt,
Tut er uns doch nicht,
Das macht, er ist gericht’,
Ein Wörtlein kann ihn fällen.
Al was de wereld vol met duivels
die ons wilden verslinden,
wij zijn niet erg bang,
we zullen toch slagen.
De vorst van deze wereld,
hoe hij ook woedt,
hij kan ons niets doen
want hij is gevonnist,
één woordje kan hem vellen.
6 Recitativo T Recitatief [Tenor]
So stehe dann bei Christi blutgefärbten Fahne,O Seele, fest
Und glaube, dass dein Haupt dich nicht verlässt, Ja, dass sein Sieg auch dir den Weg zu deiner Krone bahne! Tritt freudig an den Krieg!
Wirst du nur Gottes Wort
So hören als bewahren,
So wird der Feind gezwungen auszufahren,
Dein Heiland bleibt dein Hort!
Sta dus stevig bij Christus’ bebloede vaandel,o ziel, en geloof dat jouw Hoofd je niet verlaat,
ja, dat Zijn overwinning ook voor jou de weg baant naar je kroon.
Ga de strijd verheugd aan!
Als je Gods woord maar
hoort en bewaart,
dan wordt de vijand gedwongen te wijken,
jouw Heiland blijft jouw toeverlaat.
7 Aria (Duetto) A T Aria – Duet [Alt, Tenor]
Wie selig sind doch die,
die Gott im Munde tragen,
Doch selger ist das Herz,
das ihn im Glauben trägt!
Es bleibet unbesiegt
und kann die Feinde schlagen
Und wird zuletzt gekrönt,
wenn es den Tod erlegt.
Hoe zalig zijn toch zij
die God op de lippen hebben,
maar nog zaliger is het hart
dat hem draagt in het geloof!
Dat blijft onoverwonnen
en kan de vijanden verslaan,
en wordt ten slotte gekroond
wanneer het de dood velt.
8 Choral Koraal [S, A, T, B]
Das Wort sie sollen lassen stahn
Und kein’ Dank dazu haben.
Er ist bei uns wohl auf dem Plan
Mit seinem Geist und Gaben.
Nehmen sie uns den Leib,
Gut, Ehr, Kind und Weib,
Laß fahren dahin,
Sie habens kein’ Gewinn;
Das Reich muss uns doch bleiben.
Het woord moeten ze laten staan
en dank daarvoor is niet nodig.
Hij zorgt voor ons
met zijn geest en gaven.
Als ze ons lichaam afpakken,
bezit, eer, kind en vrouw,
laat het maar gebeuren,
het levert hun niets op;
het rijk blijft van ons.