De muzikale post van Gerard Habraken

Jan Pieterszoon SWEELINCK (1562-1621)

Hoe vloeyden uwe thoon, hoe dreef u juyste maet:

Als elck gegoten pijp zyn toetsingh had gevaet:

O! Wonder van het land, o! Phoenix van het spelen,

O! dichter van de sangh, en meester van het quelen…

Portret van Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)
Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)

Aldus dichtte N. Voocht in 1621 in zijn Lyck-Klacht over de doot des voortreffelycken ende wytberoemden Meesters Jan Pietersz. Svveling. Nu – vierhonderd jaar later – mogen we constateren dat de dichter niets teveel heeft gezegd,  de grote rol van Sweelinck in de muziekgeschiedenis wordt alom onderkend. Als componist zelf beïnvloed door o.a.  Italiaanse, Engelse en Zuidelijke voorgangers, is er via zijn leerlingen uit vooral Noord-Duitsland een spoor te trekken naar J.S. Bach.

Na een periode in zijn geboortestad Deventer, leefde en werkte Sweelinck in Amsterdam, destijds een welvarend en internationaal georienteerd centrum, dat met name aan het begin van de 17e eeuw, de Gouden Eeuw, een enorme bloei kende. De Oude Kerk was hét ontmoetingscentrum in die dagen, men kwam er op gezette tijden om zaken te doen of voor zomaar een praatje. Sweelinck bespeelde er het orgel. Niet tijdens de kerkdiensten, want dan moest het orgel (‘de doedelzak van de duivel’) zwijgen. Maar op de tijden dat het stadsbestuur de zeggenschap over de kerk had, klonken er Fantasia’s, Toccata’s en speelse variaties over volksliedjes, uitgevoerd door de ‘Orpheus van Amsterdam’. Hij was een trekker: van heinde en verre kwam men naar hem luisteren.

In tegenstelling tot zijn instrumentale werken (waarvan geen enkel autograaf bestaat en die alleen via leerlingen en afschriften zijn overgeleverd) verschenen Sweelincks vocale werken wél in druk. Het Amsterdamse Collegium Musicum (waarvan Sweelinck een tijd lang de leiding had) speelde hierbij een evidente rol. Hij componeerde o.m. zettingen van alle Psalmen uit het Geneefse Psalter, sommigen beschouwen dit als zijn levenswerk. In 1619 werd bij Pierre Phalèse in Antwerpen een andere belangrijke verzameling koorwerken gepubliceerd: de Cantiones sacrae. Hieronder vindt u twee links naar uitvoeringen van twee delen uit deze verzameling door het Strijps Kamerkoor onder leiding van Wilko Brouwers, dat meerdere keren te gast was bij Muziek in de Cathrien. Het betreft het kerstmotet Angelus ad pastores ait  en Laudate Dominum, uitgevoerd in resp. 2016 (Trudokerk) en 2017 (Van Maerlantlyceum).  Beide werken zijn vijfstemmig en zijn exemplarisch voor de vocale componeertrant van Sweelinck.

Luistert u naar “Angelus ad pastores ait” en “Laudate Dominum” uitgevoerd door het Strijps Kamerkoor.

Jan Pieterszoon Sweelinck – Angelus ad pastores ait

Jan Pieterszoon Sweelinck – Laudate Dominum

Van de orgelwerken zijn mij persoonlijk de drie variaties over Christe qui lux es et dies erg dierbaar. Vergeleken met zijn grote Fantasia’s is het een bescheiden werk, maar prachtig van opbouw en sfeer. Dat is mede te danken aan de prachtige gregoriaanse melodie die aan het werk ten grondslag ligt, u hoort die melodie aan het begin van de opname. De Ambrosiaanse  hymne Christe qui lux es et dies werd in vroeger tijden gezongen bij de Completen, het kerkelijk avondgetijde, en dan met name in de vastentijd. Het is een bede om bescherming tijdens de donkerte en om het licht daarna. Overdrachtelijk zou je kunnen zeggen: een bede om perspectief. Hoe actueel…..

Luistert u naar “Christe qui lux es et dies” uitgevoerd door Gerard Habraken.

Jan Pieterszoon Sweelinck – Christe qui lux es et dies

De opname stamt uit de periode dat het orgel van de Catharinakerk buiten gebruik was en men voor de orgelconcerten van Muziek in de Cathrien naar andere kerken in de stad en daarbuiten moest uitwijken.

Zo speelde ondergetekende op 16 april 2005 een concert op de drie orgels van de vm. H.Hartkerk aan de Ploegstraat in Gestel , sinds 2012 gesloten. In de Sacramentskapel van deze kerk stond een klein 19e eeuws orgel, door sommigen toegeschreven aan Binvignat. Het instrument – het bevindt zich  thans in Zaltbommel – beschikt over een merkwaardig pedaal: het had een heel kleine omvang en een opvallende register-bezetting (met o.m. een Fluit 2’). Ondanks de beperkte omvang was het mogelijk de cantus firmus (die in de 1e variatie in de sopraan ligt) twee octaven lager te spelen met die 2’, het paste precies… Overigens een techniek die ook in Sweelincks tijd werd toegepast.

De variaties zijn driestemmig, de cantus firmus klinkt steeds in lange noten, in de 1e variatie in de sopraan, in de tweede variatie in de middenstem en in de derde variatie weer in de sopraan. Hoe prachtig weer het lijnenspel en de fraaie imitaties in de tegenstemmen! Opvallend is dat de beweging gaandeweg steeds drukker en levendiger wordt, in de laatste variatie horen we zelfs continu zestienden. Is het een uiting van ongeduldig uitzien naar….?

Gerard Habraken

>> Lees nog meer muzikale post van het Muziek in de Cathrien team

Met dank aan het Strijps Kamerkoor voor het ter beschikking stellen van de opnamen. De live-opnamen werden gemaakt door Martijn Willemsen, Mathea Audio Producties (www.mathea.nl).

Het orgelwerk is hoogstwaarschijnlijk opgenomen door Henk Rieff.